Een ander licht op de NOVA documentaire

Zo’n drie weken geleden werd er door NOVA een driedelige documentaire uitgezonden over corruptie op de Antillen. Om deel drie, dat gaat over corruptie op Sint-Maarten en Bonaire, te zien kunt u hier klikken. Er wordt in deze documentaire nogal ophef gemaakt over het feit dat partijen op de Antillen stemmen zouden kopen. Nu las ik vandaag een stuk in de krant van 13 maart, dat weer gaat over deze documentaire.

In dat krantenstuk wordt een heel verhaal geschreven over één van personen die aan het woord komen in de documentaire. Het gaat om een voormalig gedeputeerde (zeg maar wethouder) op Bonaire, die vroeger een eigen partij leidde en nu min of meer op een politiek zijspoor is beland. Deze voormalig gedeputeerde, Norwin Willem, is één van de auteurs van het zogenaamde Zwartboek over Bonaire, waarin allerlei misstanden binnen de overheid worden aangekaart en doorgespeeld aan Nederland.

De journalist die het stuk in de krant geschreven heeft vraagt zich af of Willem wel de aangewezen persoon is om “de eerste steen te werpen”. Als ik vervolgens de opgesomde aantijgingen tegen Willem lees, dan denk ik niet dat Willem de aangewezen persoon was om de eerste steen te werpen. Het lijkt er meer op dat deze man uit pure frustratie handelt en (nog) niet heeft kunnen verwerken dat hij politiek op een zijspoor is geraakt. Ik zal hieronder de aantijgingen, zoals ze in het Antilliaans Dagblad van 13 maart 2008 stonden eens opsommen en dan mag u als lezer zelf oordelen of Willem degene is die een Zwartboek over de Bonairiaanse overheid moet schrijven.

Willem was gedeputeerde met als portefeuille de BMG, de Bonaire Magement Group. Dit is zeg maar de bestuurder van alle overheids nv’s, zoals het elektriciteitsbedrijf, de vuilophaaldienst, enz. Gedurende de tijd dat hij gedeputeerde was is hij wekenlang op kosten van het departement van onderwijs in Nederland en de Verenigde Staten geweest. Hij kreeg daarbij ook nog eens een onkostenvergoeding van 250 gulden per dag. Let wel, hij had niets met onderwijs van doen.

Begin jaren tachtig heeft Willem drie jaar op Curaçao rechten gestuurd op kosten van de Bonairiaanse overheid, namelijk (wederom) het departement van onderwijs. In die drie jaar heeft hij zijn propedeuse gehaald en niets meer. Ook ging Willem op kosten van de al eerder genoemde BMG naar Nederland, net toen daar zijn eerste kleinkind was geboren. Het zal wel toeval zijn, dat dat zo was.

Het stuk eindigt vervolgens met de opmerking dat meneer Willem in zijn tijd als gedeputeerde zelf natuurlijk nooit een ambtenaar benoemd heeft die als enige taak had om maandenlang in Rincon stemmen te werven voor zijn partij Paboso.

Iedereen weet dat er stemmen gekocht worden op Bonaire. Dit schijnt normaal te zijn in het hele Caribisch Gebied. Voor ons Nederlanders is het natuurlijk een vreemd iets. Het is ook niet goed te praten, maar het gebeurt. Overigens is het natuurlijk helemaal niet zeker dat die stemmen echt gekocht worden. Er schijnen mensen te zijn die van meerdere partijen geld ontvangen voor hun stem, terwijl je toch maar één keer kunt en mag stemmen. Ik denk ook dat het goed is dat dit allemaal aan het licht komt, hoewel het een publiek geheim was. Het is ook niet alleen de groene partij (UPB) van Booi, die in de documentaire aan het woord komt, die dit doet, ook de rode partij (PDB) doet er aan mee. Waarschijnlijk heeft meneer Willem zijn zetel in de eilandsraad toentertijd ook niet alleen maar via gratis stemmen gekregen.

Mijn conclusie, naar aanleiding van het krantenstuk, is toch wel dat meneer Willem niet degene had moeten zijn, die deze misstanden in een zwartboek aan de Nederlandse overheid presenteert. Meneer Willem lijkt zelf verre van schoon te zijn en heeft dus geen recht van spreken.

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply